Ik wil niet meer naar school



Kinderen mogen weer sporten en de scholen openen hun deuren. Dat is waarschijnlijk een verademing voor alle kinderen! Een positieve stap naar weer 'normaal'. Of zou dit niet voor alle kinderen zo voelen? In mijn blog van vandaag wil ik stil staan bij de kinderen voor wie dit helemaal niet zo vanzelfsprekend is. Elk kind heeft een andere ervaring gehad binnen deze quarantaine periode. Sommige kinderen hebben een hele fijne en geborgen tijd achter de rug, anderen kinderen hebben het tegenovergestelde ervaren. Sommige kinderen hebben weinig structuur gehad de afgelopen weken en zijn vergeten hoe zo'n schooldag ook al weer in zijn werk ging. Er zijn kinderen die het wel heel fijn vonden om thuis bij papa en mama te zijn en niet meer naar school terug willen. Hoe ga je hier als ouder of leerkracht mee om? Ik wil vooral stil staan bij de kinderen die het (te) spannend vonden om weer naar school te gaan of helemaal niet meer zouden willen gaan. En daarnaast hoe is het voor de ouders dat de scholen deels weer open gaan.


Om te beginnen start ik met een voorbeeld vanuit ons eigen gezin. Het is maandag, mijn oudste zoon(6 jaar oud, groep 3) is nog thuis, hij mag op dinsdag en vrijdag naar school. Hij geeft aan dat hij het toch een beetje spannend vindt om weer naar school te gaan. Ik bevestig dat dit ook spannend kan zijn na zo veel weken. Het is voor iedereen weer een beetje wennen. Ik weet dat hij hierover gaat piekeren in zijn hoofd. Ik vraag wat hem zou kunnen helpen dinsdag. Hij weet het niet zo goed. Ik vraag of hij het fijn vindt om tegelijk met zijn vriendjes de school in te lopen. Dat vindt hij een goed idee. Ik vraag aan de moeder van een vriendje of het mogelijk is om dinsdag voor de school af te spreken. Dit kan, waarop mijn zoon zegt: "als ik met mijn vriendje naar binnen loop dan vindt ik het wat minder spannend". De volgende ochtend geeft hij toch aan liever thuis te willen blijven. Hij heeft ook geen honger en eet net aan een boterham. Wij reageren hier wel op, maar heel ontspannen, ik erken zijn gevoel van zenuwen. Dat het heel logisch is dat die gevoelens er zijn. Ik vraag wat hij zou kunnen denken, mijn zoon zegt: "ik weet dat ik het nu spannend vindt, maar als ik in de klas ben dat is het weg denk ik". Ik ben trots, zo knap dat hij een helpende gedachte kan formulieren als hij zenuwachtig is. Ik complimenteer hem dat hij dit zo goed kan bedenken. Daarna herinner ik hem aan zijn afspraak met zijn vriendje, dat was hij een beetje vergeten. Ik stop zijn spullen in de schooltas en plak een briefje in het deksel van zijn brooddoos. Ik schrijf er een positieve tekst op. Klaar voor zijn eerste schooldag, hij huppelt met zijn vriendje naar binnen en is over de (hoge) drempel heen. Vrijdag eet hij weer 3 boterhammen en heeft hij zin in de schooldag. Onze zoon zal waarschijnlijk altijd wat meer zenuwachtig zijn wanneer situaties veranderen of situaties helemaal nieuw zijn. Dat hoort bij hem. Hij denkt dan vooral na over wat er allemaal mis kan gaan. We oefenen al vanaf toen hij heel jong was met het formuleren van helpende gedachten. Dit helpt hem om situaties toch aan te gaan. Omdat dit moeilijk is, maken we vaak gebruik van hulpbronnen. Net even iets extra's waardoor hij zich veilig voelt. In bovenstaande situatie waren dat het vriendje om samen naar binnen te gaan en een briefje in de broodtrommel. Achteraf kreeg ik overigens te horen dat het briefje in de broodtrommel niet nodig was, hij had het leuk. Om die reden had hij het briefje weggegooid. Helemaal goed, zo lang hij zich maar goed voelt. In de praktijk krijg ik vaak vragen binnen over kinderen die kampen met een vorm van angst. Vaak zit het gevoel van angst diepgeworteld. Kinderen met gevoeligere zintuigen ervaren sneller een vorm van angst. Dat heeft waarschijnlijk te maken met de prikkelbaarheid van het autonome zenuwstelsel, dit is aangeboren. Iets wat je van nature bij je draagt kan je niet zomaar afleren, maar je kan er wel mee om leren gaan. Welke angsten zie ik vaak voorbij komen in de praktijk? En hoe kun je hiermee omgaan?

  • Angst voor reële gebeurtenissen; de dood, een ongeluk, inbrekers, brand.

  • Sociale angst; Leeftijdsgenootjes zijn belangrijk, er bij willen horen, leuk gevonden worden.

  • Piekeren; dit kan gaan over berichten op het journaal of een ruzie tussen papa en mama.

  • Faalangst; bang om fouten te maken, het niet goed genoeg begrijpen, of het niet goed uitoefenen. Dit komt bijvoorbeeld voor op school, bij het beoefenen van sport, bij het bespelen van een muziekinstrument of een andere activiteit die voor de kinderen belangrijk zijn.

Het geeft risico's om angsten van je kind niet serieus te nemen. Kinderen kunnen een zelfbeschermingsmechanisme of een overlevingsmechanisme ontwikkelen om bepaalde situaties maar niet meer aan te gaan.

Angst is iets wat er in verschillende gradaties is en ook bij iedereen anders voelt. Ik vind het belangrijk om uit te zoeken hoe de angst bij een kind in zijn werk gaat. Daarna ga ik samen met de ouders en kind een stappenplan maken om de angst aan te gaan. Dat zal bij elk kind en bij elke situatie anders zijn. En deze plannen gaan met vallen en weer op staan. Een aantal bouwstenen zijn echter onmisbaar in het leren omgaan met angst, namelijk:

  • Erkenning: De angst mag er zijn, het is niet iets geks, ik neem jou serieus.

  • Begrip: Ik snap wat je voelt van binnen. Dat gevoel is vervelend.

  • Vertrouwen: Laat zien dat je er altijd bent, ook als er iets mis gaat. Jij bent het vangnet als ouder.

  • Positieve gedachten: oefen met het formuleren van positieve gedachten.

  • Geduld: angsten aan gaan doe je in stapjes, het kost tijd en dat mag.

Door deze bouwstenen ontstaat er een vorm van veiligheid, waardoor je kind het samen met jou hopelijk makkelijker aandurft om zijn of haar angsten aan te gaan. Ik zie mijn eigen zoon hierin groeien en dingen steeds makkelijker bespreekbaar maken. Vanaf kleins af aan leren wij hem om die angsten aan te gaan. Dat ging echt niet direct goed. Wij hebben wel onze weg gevonden. Maar het blijven onderhouden is net zo belangrijk, omdat hij anders mogelijk terug valt in oud gedrag.


Ja ouders, ik heb het maar over de kinderen. Maar hoe zit het met ons. Hoe is het voor ons dat de scholen weer open gaan? Een verademing? Om eerlijk te zijn vind ik het nogal een organisatie. Mijn jongste en oudste hebben op andere dagen kinderopvang en school. Ik moet nog steeds thuis school werk begeleiden, zelf werken en de kinderen vermaken. Ik knijp in mijn handen dat ik nu wel 2 dagen zonder de kinderen kan zijn om te werken. Maar de organisatie er omheen en alsnog het thuis werken breken mij soms op. Dat komt omdat ik 7 dagen in de week aan sta in plaats van maar 4 dagen. Dan is het soms best lastig om altijd maar pedagogisch te zijn en het juiste te doen. Het is een illusie om te denken dat dit ook altijd maar gaat. Ik streef er naar om het goed te doen, maar als ik niet in balans ben, dan vind ik dat soms best moeilijk. Herkenbaar? Om een geduldige ouder te zijn heb ik het nodig om af en toe mijn batterij weer op te laden. Daar mag ik best tijd voor vrij maken, en dat mag jij ook!


Herken jij mijn verhaal? Of herken jij bepaalde angsten bij je kind en wil je hier mee aan de slag, maar je weet niet helemaal hoe? Mail mij even (via info@mix-coaching.com), dan maken we een bel afspraak. Misschien is samen even sparren al prettig om weer verder te gaan. Je kan natuurlijk ook een berichtje achterlaten op de website onder kopje contact.


Lieve groet,

Joan




48 keer bekeken1 reactie

© 2020 by MIX Coaching | KvK 77218264 | Privacy | Algemene voorwaarden |